‘Met Pijnacker-Nootdorp samen vooruit!’

Standpunten PNV Kieskompas 2026:
Gezond verstand voor Pijnacker-Nootdorp

In maart 2026 bepaalt u de koers van onze gemeente. Voor Pijnacker Nootdorp Vooruit (PNV) is de koers helder: wij kiezen voor een gemeente die veilig, bereikbaar en betaalbaar is, met respect voor onze ondernemers en onze natuur. Wij geloven niet in starre percentages of landelijke dogma’s, maar in lokale oplossingen die werken.

Hieronder leest u de samenvatting van onze onderbouwing bij de belangrijkste thema’s uit het Kieskompas. Daaronder vindt u de uitgebreide versie per stelling.

Veiligheid: Handhaven met gezond verstand

Veiligheid is de basis van een fijne buurt. PNV is voorstander van cameratoezicht, maar alleen op plekken waar het écht nodig is door overlast of criminaliteit. Wij zien camera’s als hulpmiddel, niet als vervanging van de wijkagent. Wat betreft onze jeugd: wij geloven in kansen én grenzen. Natuurlijk moet er geld naar sport en activiteiten, maar overlastgevend gedrag pakken we direct en consequent aan. Vrijblijvendheid werkt niet; duidelijkheid wel.

Verkeer: Veiligheid door inrichting, niet door verboden

De roep om overal 30 km/u te rijden klinkt simpel, maar de praktijk is weerbarstiger. PNV kiest voor maatwerk. Bij scholen en in woonwijken is 30 km/u logisch, maar op hoofdwegen moet de doorstroming gewaarborgd blijven om frustratie en opstoppingen te voorkomen. Wij investeren liever in veilige rotondes, eenrichtingsverkeer voor fietsers en betere fietspaden, zoals bij de Sportlaan, dan in een generiek verbod.

Wonen: Betaalbaar en met behoud van ons karakter

Iedereen moet in onze dorpen kunnen blijven wonen. PNV wil dat de gemeente weer zelf de regie neemt bij de bouw, zodat woningen betaalbaar blijven voor starters en senioren. Wij staren ons niet blind op een star percentage van 40% sociale huur, maar kijken naar een gezonde mix. Bovendien zijn we zuinig op ons groen: parkeerplaatsen zijn nodig, maar we gaan geen openbaar groen opofferen voor asfalt. Wij zoeken de oplossing liever ondergronds of in slimme deelmobiliteit.

Duurzaamheid: Haalbaar en betaalbaar

PNV steunt de energietransitie, maar alleen als het voor u betaalbaar blijft. Wij verplichten inwoners niet tot enorme investeringen en zijn tegen een ‘Diftar-systeem’ (betalen per zak restafval) omdat dit zwerfafval in de hand werkt. Wij geloven in nascheiding en gemeentelijke steun, zoals subsidies voor isolatie en warmtepompen. Wat betreft de natuur zijn we helder: we gaan geen extra asfalt door onze natuurgebieden aanleggen en we beschermen onze tuinen. Een huiseigenaar moet zelf kunnen beslissen over de bomen op eigen erf.

Economie: Ruimte voor de ondernemer

Onze ondernemers en glastuinders zijn de motor van de lokale economie. PNV wil de glastuinbouw behouden en versterken door in te zetten op innovatie en verduurzaming, in plaats van gedwongen sluiting. Ook in onze dorpscentra mag het bruisen: meer horeca is welkom, mits er goede afspraken zijn over leefbaarheid en sluitingstijden. En wat PNV betreft, behouden ondernemers de vrijheid om zelf te bepalen of zij op zondag open gaan.

Financiën: Eerst bezuinigen, dan belasten

De gemeente moet een betrouwbare huishouder zijn. Bij een tekort kijkt PNV eerst naar de eigen uitgaven en efficiëntie voordat we de belastingen voor onze inwoners verhogen. De OZB mag geen ‘pinautomaat’ van de gemeente worden. Voor onze verenigingen gaan wij zelfs een stap verder: wij willen een lager OZB-tarief voor sport- en cultuurgebouwen, zodat zij hun belangrijke maatschappelijke werk kunnen blijven doen zonder te bezwijken onder de lasten.

Inspraak: Meebeslissen als het er echt om gaat

PNV staat voor echte participatie. We hoeven niet voor elk klein besluit een referendum, maar bij grote, ingrijpende plannen moet de inwoner het laatste woord kunnen hebben. Wij willen dat u zich gehoord voelt, niet alleen tijdens de verkiezingen, maar elke dag.

Pijnacker Nootdorp Vooruit: Omdat we hier wonen, werken en leven.  

Pijnacker-Nootdorp Samen Vooruit.

Stelling 1:

Meer cameratoezicht

Cameratoezicht is een nuttig instrument in de preventie:

Waar er feitelijke problemen zijn: structurele overlast, criminaliteit, onveilige locaties, waar alternatieve maatregelen (wijkagent, jongerenwerk, verlichting, ontwerp van openbare ruimte) onvoldoende blijken, als er duidelijke regels zijn over data, opslag, privacy en toezicht. Daarnaast moet het gebiedsgericht zijn, niet generiek overal in de gemeente

De camera’s niet als enige oplossing voor jeugd- of buurtproblemen

Stelling 2:

In plaats van strenger optreden tegen overlastgevende jongeren, moet de gemeente geld uittrekken voor activiteiten voor jongeren

Handhaving en consequenties: Overlastgevend gedrag moet direct en consequent aangepakt worden. Zonder duidelijke grenzen wordt de leefbaarheid van wijken en het veiligheidsgevoel van inwoners aangetast. Strenger optreden is essentieel om duidelijk te maken dat regels worden gehandhaafd. Preventie naast handhaving: Het aanpakken van overlast sluit niet uit dat er ook aandacht is voor preventieve maatregelen. Jongeren hebben begeleiding, sport- en culturele activiteiten nodig, maar deze moeten combineren met duidelijke regels en handhaving om effectief te zijn.

Effectiviteit van activiteiten alleen: Alleen het aanbieden van activiteiten zonder duidelijke grenzen leidt vaak niet tot minder overlast. Er moet een balans zijn tussen ondersteuning en handhaving. Zo leren jongeren verantwoordelijkheid en respect voor de gemeenschap.

Veilige en leefbare omgeving: Door overlastgevend gedrag hard aan te pakken én preventief te werken, blijft de buurt veilig en leefbaar voor alle inwoners, terwijl jongeren tegelijkertijd kansen krijgen om zich positief te ontwikkelen.

Strenger optreden tegen overlastgevende jongeren is noodzakelijk, maar moet worden gecombineerd met preventieve maatregelen en positieve activiteiten. Alleen zo ontstaat een veilige, leefbare gemeente waarin jongeren kansen krijgen en de samenleving beschermd blijft.

Stelling 3: De maximumsnelheid binnen de bebouwde kom moet overal naar 30 km/u

Verkeersveiligheid wordt niet alleen bepaald door de maximumsnelheid. Inrichting van wegen, rotondes, zichtlijnen, verlichting en fietspaden spelen een minstens zo grote rol. Alleen een generieke 30 km/u‑limiet garandeert niet automatisch dat ongevallen afnemen.

Verkeersdoorstroming: Op hoofdwegen en ontsluitingswegen kan een te lage snelheid leiden tot opstoppingen, frustratie en risicogedrag, zoals inhalen of negeren van verkeersregels. Dit kan de veiligheid juist verminderen.

Gerichte maatregelen zijn effectiever: Op plekken waar veel kinderen, voetgangers of fietsers komen (scholen, woonerven, drukke kruisingen) kan een 30 km/u‑zone wél bijdragen aan veiligheid. Maar overal de limiet verlagen is niet efficiënt en leidt tot onnodige beperkingen waar het niet nodig is.

Educatie en infrastructuur: Investeren in veilig wegontwerp, goed zichtbare oversteekplaatsen, rotondes en verkeerseducatie heeft vaak een groter effect op de veiligheid dan een uniforme snelheidsverlaging.

Wij staan volledig achter verkeersveiligheid, maar een algemene 30 km/u-limiet binnen alle bebouwde kommen bevordert deze veiligheid niet automatisch. Effectieve maatregelen zijn locatiegericht en infrastructuurgericht, gecombineerd met gedragsbeïnvloeding en toezicht. Mogelijke oplossing voor meer verkeersveiligheid bijvoorbeeld:

1 richtingsverkeer fietsers op alle rotondes, gescheiden fietspad op de Sportlaan.

stelling 4: De gemeente moet zich inzetten voor een extra weg tussen Pijnacker en Nootdorp, ook als deze door een natuurgebied gaat

Behoud en versterking van natuur, landschap en biodiversiteit

PNV benadrukt dat groen en natuurwaarden belangrijke pijlers zijn voor leefbaarheid, klimaatadaptatie, gezondheid en identiteit van de gemeente. Tegelijkertijd staan we voor goede bereikbaarheid én leefbare wijken

Infrastructuur is belangrijk, maar wel in balans met omgeving, veiligheid en duurzaamheid. Geen harde ingrepen in natuur zonder zwaarwegende reden

PNV pleit voor slimme, duurzame oplossingen voor mobiliteit en kijkt eerst naar optimalisatie van bestaande structuren.

Een nieuwe verbindingsweg die door een natuurgebied gaat, druist in tegen de kernwaarden van PNV. Het doorkruisen of versnipperen van natuurgebieden past niet bij de nadruk die PNV legt op behoud van groen en biodiversiteit. PNV ondersteunt ontwikkeling, maar alleen in combinatie met zorgvuldig ruimtegebruik, klimaatbestendigheid en natuurbehoud. Er zijn alternatieven

PNV zou eerder kiezen voor:

  • optimaliseren van bestaande wegen
  • slimme verkeersmaatregelen
  • betere fietsroutes en ov-verbindingen
  • veilige doorstroming in kernen, zonder extra asfalt door natuur

De partij zal een extra weg door natuurgebieden alleen ondersteunen als andere mogelijke alternatieven geen oplossing bieden. Mobiliteitsverbeteringen: ja. Natuur opofferen: nee.

Stelling 5: Er moeten meer parkeerplaatsen komen, ook als hiervoor openbaar groen moet verdwijnen.

PNV benadrukt leefbaarheid, veiligheid en groen in de gemeente: parken, bomen, speelplekken en groene inrichting van wijken zijn belangrijk voor gezondheid, sociale interactie en klimaatadaptatie. Tegelijkertijd staat bereikbaarheid en goede infrastructuur op onze lijst van aandachtspunten, vooral voor bewoners, ondernemers en bezoekers van dorpscentra.

Motivatie:

PNV benadrukt de balans tussen groen en stedelijke ontwikkeling, en dat leefomgeving én natuur beschermd moeten worden. We pleiten voor slimme oplossingen bij ruimtegebrek.

Het idee om groen op te offeren voor parkeren botst met onze kernwaarde van duurzaamheid en groenbehoud.PNV zal kijkt eerst naar alternatieven:

  • efficiënter gebruik van bestaande parkeerplaatsen
  • stimulering van fiets, ov en deelmobiliteit
  • ondergrondse of gestructureerde parkeervoorzieningen die het groen sparen

PNV hecht aan voldoende parkeergelegenheid, maar niet ten koste van openbaar groen. We zijn voor slimme, duurzame oplossingen, niet voor het zomaar verwijderen van groen.

Stelling 6: Inwoners die meer restafval aanbieden, moeten ook meer betalen afvalstoffenheffing betalen.

Onbedoeld effect op zwerfafval: Hogere kosten voor restafval kunnen inwoners aanzetten tot dumpen of verkeerd aanbieden van afval, wat leidt tot meer zwerfafval en overlast in de buurt. Dit ondermijnt het doel van een schonere gemeente.

Basis op orde: Voordat financiële prikkels worden toegepast, moet de gemeente eerst zorgen dat de afvalinzameling goed georganiseerd is. Dit betekent voldoende containers, duidelijke instructies en een efficiënt inzamelsysteem voor rest- en gescheiden afval.

Effectieve alternatieven – nascheiden: Technieken zoals nascheiden van restafval maken het mogelijk om waardevolle materialen te recyclen zonder dat inwoners extra worden belast. Zo kan afval effectief worden gescheiden en verwerkt, terwijl het risico op dumpingen beperkt blijft. Stimuleren van goed gedrag: In plaats van directe financiële straffen is het effectiever om inwoners te voorlichten, te faciliteren en positieve prikkels te geven om afval te scheiden. Dit vergroot de betrokkenheid en leidt tot een hogere kwaliteit van afvalscheiding.

Een financiële prikkel zoals voorgesteld kan averechts werken. Het is beter eerst de basis van afvalinzameling en nascheiding goed op orde te hebben en pas daarna inwoners te belasten of financieel te prikkelen. Zo wordt duurzaamheid effectief en eerlijk bevorderd, zonder ongewenste neveneffecten. Onze oplossing: Verbeter de faciliteiten voor afvalscheiding en informeer inwoners over duurzaam afvalbeheer.

Stelling 7: Om de gemeente milieuvriendelijker te maken, mogen de lokale belastingen omhoog

Noodzaak van extra middelen: Duurzame initiatieven zoals energietransitie, klimaatadaptatie, groenbeheer en verduurzaming van gemeentelijke gebouwen vragen aanzienlijke investeringen. Zonder extra financiële middelen is het moeilijk om deze ambitieuze milieudoelen te realiseren. Gemeentelijke steun is essentieel: Naast belastingverhoging moet er ook actieve steun en begeleiding vanuit de gemeente zijn. Dit kan bestaan uit: Subsidies of cofinanciering voor duurzame maatregelen bij inwoners en bedrijven. Advies en begeleiding bij energiebesparing en groene initiatieven. Investeringen in infrastructuur voor fiets, openbaar vervoer en hernieuwbare energie. Effectief en eerlijk beleid: Alleen geld innen is onvoldoende. Door inwoners en ondernemers te ondersteunen, wordt het mogelijk om gemeentelijke milieudoelen te behalen zonder dat de lasten onevenredig op de burgers terechtkomen. Zo wordt duurzaamheid haalbaar, effectief en breed gedragen.

Wij steunen extra belasting voor milieuvriendelijke maatregelen, mits dit gepaard gaat met gerichte steun vanuit de gemeente zodat duurzaamheid wordt gestimuleerd én uitvoerbaar blijft voor iedereen. Enkele voorbeelden:

  1. Subsidies en cofinanciering voor inwoners
  • Subsidie voor woningisolatie (dak, vloer, gevel) om energieverbruik en energiekosten te verlagen.
  • Bijdrage voor de aanschaf van (hybride) warmtepompen of zonnepanelen, vooral voor lage- en middeninkomens.
  • Extra ondersteuning voor VvE’s, zodat ook appartementen kunnen verduurzamen.
  1. Ondersteuning voor ondernemers
  • Cofinanciering voor energiezuinige installaties op bedrijventerreinen.
  • Advies en subsidie voor het verduurzamen van bedrijfsgebouwen, zoals LED-verlichting en slimme energiesystemen.
  • Collectieve inkoopacties om verduurzaming betaalbaarder en eenvoudiger te maken.

Stelling 8: Alle woningen in Pijnacker-Nootdorp moeten voor 2050 van het gas af, ook als hierdoor de lokale belastingen stijgen

Financiële lasten voor inwoners: Het volledig afbouwen van gas in bestaande woningen kan leiden tot hoge kosten voor huiseigenaren en de gemeente, vooral voor lage- en middeninkomens. Belastingverhogingen om dit te financieren zijn niet sociaal rechtvaardig en kunnen financiële druk op inwoners verhogen. Focus op haalbaarheid en effectiviteit: Het is verstandiger om een gefaseerde aanpak te volgen, gericht op woningen waar verduurzaming het meest rendabel is en waarbij bestaande infrastructuur efficiënt kan worden benut. Zo worden middelen doelmatig ingezet zonder onnodige lasten.

Alternatieven en flexibiliteit: Naast gasvrij maken zijn er andere duurzame opties zoals hybride systemen, isolatie, zonne-energie en warmte-koudeopslag die een deel van de energietransitie kunnen realiseren zonder direct alle woningen gasloos te maken.

Prioriteit van basisvoorzieningen: Net als bij andere basisbehoeften moet de gemeente prioriteit geven aan betaalbare huisvesting, veiligheid en zorg, en de energietransitie op een verantwoorde manier invoeren, zonder dat burgers disproportioneel worden belast.

Hoewel gasvrij wonen belangrijk is voor duurzaamheid, mag dit niet ten koste gaan van de financiële draagkracht van de inwoners. Een gefaseerde, slimme aanpak met ondersteuning en alternatieven is effectiever en sociaal rechtvaardiger.

Stelling 9: De gemeente moet glastuinders gedwongen sluiten als ze betrapt worden op het vervuilen van water in plassen, sloten en vijvers

Handhaving eerst: In plaats van direct tot sluiting over te gaan, moet de gemeente eerst handhaven via waarschuwingen, boetes en toezicht. Dit biedt de teler de kans om het gedrag te corrigeren en milieuschade te beperken. Dialoog en preventie: Door in gesprek te gaan met glastuinders kan worden onderzocht waarom vervuiling plaatsvindt en hoe dit kan worden voorkomen. Dit stimuleert duurzaam gedrag en samenwerking, in plaats van alleen bestraffing. Effectiviteit van lik-op-stuk beleid: Een automatische sluiting is een ingrijpende maatregel die niet altijd proportioneel of effectief is. Het risico bestaat dat telers de regels ontwijken of zich terugtrekken, zonder dat het milieuprobleem structureel wordt opgelost. Geleidelijke verbetering: Met toezicht, boetes en educatie kunnen glastuinbouwbedrijven stapsgewijs duurzamer worden en hun bedrijfsvoering aanpassen, zonder dat de lokale economie of werkgelegenheid onnodig wordt geschaad.

Wij kiezen voor een gecontroleerde, preventieve en educatieve aanpak in plaats van directe sluiting. Handhaving en dialoog zijn effectiever en zorgen voor duurzame verbeteringen zonder overhaaste maatregelen.

Stelling 10: Huiseigenaren mogen voortaan zelf beslissen of ze bomen in hun eigen tuin kappen

Zelfbeschikkingsrecht: Het is een fundamenteel principe dat huiseigenaren zelf mogen beslissen over hun eigen perceel. Dit geldt ook voor bomen in hun tuin.

Praktische redenen: Soms staan bomen op een plek die zonlicht of ruimte voor zonnepanelen blokkeert, of vormen ze een gevaar voor gebouwen, leidingen of eigendommen. Het kappen van deze bomen kan noodzakelijk zijn voor veilig en efficiënt gebruik van het eigen terrein. Onderhoud en veiligheid: Oude, zieke of instabiele bomen kunnen een risico vormen voor de bewoners of voorbijgangers. Het toestaan van eigen keuzes helpt ongelukken en schade te voorkomen.

Duurzaam beheer: Huiseigenaren kunnen zelf beslissen over herplant, juiste soorten of onderhoud. Dit stimuleert verantwoordelijkheid en duurzaam tuinieren. Flexibiliteit in tuininrichting: Mensen hebben verschillende voorkeuren voor tuinontwerp, bijvoorbeeld meer open ruimte, moestuinen of speelruimte voor kinderen. Zelf beslissen over bomen geeft hen de vrijheid om hun tuin optimaal te benutten. Gemeentelijke regels kunnen beperkend zijn: Strikte beperkingen kunnen leiden tot bureaucratische rompslomp en vertraging bij noodzakelijke ingrepen, zoals stormschade of bouwprojecten op eigen terrein.

Huiseigenaren moeten zelf kunnen bepalen of ze bomen kappen, met respect voor veiligheid en eventueel herplant. Dit combineert zelfbeschikking, praktische overwegingen en duurzaam beheer.

Stelling 11: Er moeten minder ganzen komen in de gemeente, ook als dit betekent dat er dieren gedood worden

Ganzen kunnen in een gemeente met een te grote populatie opvallend veel schade en overlast veroorzaken. Hieronder een overzicht van de belangrijkste soorten schade:

  1. Schade aan groenvoorzieningen
  • Kapotte grasvelden door intensieve begrazing.
  • Kale plekken in parken, sportvelden en bermen.
  • Beschadiging van jonge aanplant, zoals nieuwe bomen of struiken.
  • Extra kosten voor herstel en herinrichting van groen.
  1. Water- en oeverbeschadiging
  • Ganzen grazen graag aan oevers, wat kan leiden tot erosie.
  • Kapotgetrapte oevers veroorzaken instabiliteit en meer onderhoud nodig aan watergangen.
  • De waterkwaliteit gaat achteruit door grote hoeveelheden uitwerpselen.
  1. Verkeersveiligheid
  • Ganzen steken rustig wegen over, vaak in groepen.
  • Dit leidt tot:
    • remmend verkeer
    • gevaarlijke situaties voor fietsers en automobilisten
    • ongevallen (zeker bij slecht zicht)
  1. Gezondheidsrisico’s en hygiëne
  • Uitwerpselen zorgen voor:
    • gladde oppervlakken (gladheidsrisico)
    • verspreiding van bacteriën zoals coli
    • vervuilde speelplaatsen en wandelpaden
  • Grote groepen gaan soms in speeltuinen zitten → onhygiënische omstandigheden voor kinderen.
  1. Overlast voor bewoners
  • Geluidsoverlast, vooral in broedperiodes.
  • Agressief gedrag, vooral als ze jongen hebben.
  • Overlast rond recreatieplassen en terrassen (uitwerpselen, hinder).
  1. Schade aan landbouw (indien aanwezig in de gemeente)
  • Weidevogels worden verdrongen.
  • Gras- en akkerland wordt kaalgevreten.
  • Extra kosten voor boeren door herinzaai en opbrengstverlies.
  1. Ecologische schade
  • Inheemse soorten kunnen worden verdrongen.
  • Overbemesting door uitwerpselen verstoort het ecosysteem.

Waterkwaliteit daalt door fosfaatrijke mest → kans op algenbloei.

Huidig beleid voor Zuid-Holland Breed: Beheerplan ganzen 2022-2027 – FBEZH

Stelling 12: Bedrijventerreinen mogen uitbreiden, ook als dat ten koste gaat van natuur

Wij zien economische ontwikkeling als een topprioriteit. Sterke bedrijventerreinen zorgen voor werkgelegenheid, innovatie en kansen voor jongeren en ondernemers. Tegelijkertijd zijn natuur, biodiversiteit en leefbaarheid voor ons randvoorwaarden, geen bijzaak.

Uitbreiding van bedrijventerreinen is daarom niet automatisch acceptabel als dit ten koste gaat van waardevolle natuur. Ongecontroleerde groei kan leiden tot verlies van groen, recreatieruimte en ecologische verbindingen, met negatieve gevolgen voor klimaatadaptatie en leef kwaliteit op de lange termijn.

Wij kiezen daarom eerst voor slimme alternatieven:

  • herstructurering en verdichting van bestaande bedrijventerreinen;
  • herbestemming van verouderde of inefficiënt gebruikte locaties;
  • ruimte voor innovatie en stapeling van functies.

Pas wanneer deze mogelijkheden aantoonbaar onvoldoende zijn, kan uitbreiding aan de orde komen. In dat geval gelden strikte voorwaarden: zorgvuldige afweging, minimale aantasting van natuur en volwaardige natuurcompensatie, bijvoorbeeld door nieuwe groenstructuren of ecologische verbindingen elders.

 Stelling 13: Het aantal glastuinbouwbedrijven in Pijnacker-Nootdorp moet omlaag

 PNV is niet van mening dat het aantal glastuinbouwbedrijven per se omlaag moet — PNV is eerder neutraal/voor behoud en verduurzaming

Waarom PNV géén voorstander is van drastische vermindering glastuinbouw

  • In de visie benadrukt PNV dat de gemeente moet zorgen voor “een krachtig economisch vestigingsklimaat” en “ondernemers … ondersteunen en verbinden met de gemeenschap”. Glastuinbouwbedrijven vallen onder “ondernemers” en dus onder deze steun. Daarnaast is Glastuinbouw sterk verweven met de economie en werkgelegenheid binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp.
  • Pijnacker-Nootdorp als gemeente erkent dat glastuinbouw “deel uitmaakt van de identiteit van onze gemeente en de regio” — de glastuinbouw is een belangrijke economische pijler.
  • PNV staat voor het  toekomstbestendig maken glastuinbouwgebieden
  • PNV heeft voor de Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050  gestemd, in dit visie document staat expliciet dat glastuinbouwgebied onderdeel blijft van de ruimtelijke structuur: de glastuinbouwgebieden (Pijnacker-Oost, Pijnacker-West, Noukoop) moeten “verder versterkt” worden

PNV onderhoudt geen expliciete wens om het aantal glastuinbouwbedrijven te verminderen. Integendeel: de partij kiest voor behoud van glastuinbouw — mits verduurzaming, modernisering en verantwoorde inpassing.

PNV gelooft in:

  • een economisch vestigingsklimaat waarin ondernemers (inclusief glastuinders) ondersteund worden;
  • verduurzaming en innovatie in de glastuinbouwsector;
  • een integrale ruimtelijke visie waarin glastuinbouw en wonen/natuur elkaar moeten kunnen vinden.

Stelling 14: Om gemeentelijke cultuur- en sportvoorzieningen te behouden, mogen de lokale belastingen worden verhoogd

PNV is terughoudend om simpelweg de belasting (OZB) te verhogen alléén om cultuur- en sportvoorzieningen te behouden, wij zullen altijd eerst andere alternatieven (bezuinigingen, efficiëntie, tariefdifferentiatie) overwegen

In een recente oproep veroordeelt PNV maatregelen die de druk op maatschappelijke organisaties (zoals sportverenigingen) verhogen — bijvoorbeeld huur van gebouwen of verhogingen die deze organisaties treffen. PNV vindt dat zulke organisaties niet “gestraft” moeten worden maar juist ondersteund. Pijnacker-Nootdorp Vooruit

PNV heeft voorgesteld om voor maatschappelijke voorzieningen (dus ook cultuur/sport) te onderzoeken of een laag OZB-tarief mogelijk is, in plaats van het standaard/hoge tarief voor “niet-woningen”. Pijnacker-Nootdorp Vooruit

PNV staat eerder  voor tariefdifferentiatie of maatwerk (bijv. lagere lasten voor verenigingen) dan voor een algemene belastingverhoging voor élke huizenbezitter om voorzieningen te bekostigen.

In sommige gevallen zou PNV instemmen met OZB-verhoging

PNV toont zich bereid om “sterke financiële keuzes” te maken wanneer dat nodig is (zie artikel over de OZB-verhoging op Pijnacker-Nootdorp Vooruit)

PNV benadrukt maatschappelijke verantwoordelijkheid én realiteitszin in de algemene visie op gemeentelijk beleid: PNV staat voor balans tussen ambitie en draagkracht. Pijnacker-Nootdorp Vooruit. Als de nood hoog is — bijvoorbeeld structurele onder financiering van cultuur- en sportvoorzieningen — is het denkbaar dat PNV pragmatische oplossingen niet uitsluit.

PNV zal niet per definitie zeggen “ja, OZB mag verhoogd worden om cultuur en sport te behouden.” PNV zal eerst pleiten voor:

  • Differentiatie: lagere belasting of vrijstelling voor maatschappelijke / verenigingsgebouwen.
  • Efficiënter en doelmatiger financieel beheer — vóór lastenverzwaring op alle huishoudens.
  • Bescherming van verenigingen/maatschappelijke organisaties tegen extra kosten, om toegankelijkheid & participatie te waarborgen.

De stelling “OZB mag verhoogd worden om cultuur- en sportvoorzieningen te behouden” is voor PNV voorwaardelijk verdedigbaar, niet als algemeen beginsel.

Stelling 15: Bij belangrijke besluiten moet de gemeente verplicht een raadgevend referendum organiseren

Wij zijn in dit opzicht genuanceerd tegenover de stelling

PNV is voorstander van participatie en inspraak. De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft een formeel Participatiebeleid Pijnacker-Nootdorp. Daarmee is geregeld dat bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties betrokken worden bij plannen die invloed hebben op hun leefomgeving of beleid. PNV heeft voor het participatiebeleid gestemd.

Volgens dat beleid wordt gekozen per plan of besluit of participatie wordt ingezet — afhankelijk van de impact, type besluit, betrokkenen en timing. Dit geeft ruimte voor burgerbetrokkenheid, dialoog en transparantie vóór besluitvorming. Voor veel (beleids)plannen is inspraak of participatie voorzien.

 PNV is  terughoudend algemene verplichting tot referenda. In het publieke overzicht van PNV’s standpunten — thema’s als wonen, economie, groen, sociaal domein — wordt het onderwerp “raadgevend referendum” of “verplichte referenda” niet expliciet genoemd, maar PNV beklemtoont waarden zoals “zelfredzaamheid”, “realiteitszin” en “evenwicht tussen ambitie en draagkracht”. Een algemene verplichting tot referenda bij elk belangrijk besluit zou de besluitvorming kunnen vertragen en mogelijk onpraktisch maken — iets wat botsen zou met de praktische inslag van PNV. De bestaande gemeentelijke procedure — inspraak, participatie, inspreekrecht in raadsvergaderingen — is al ingericht als manier om inwoners mee te laten praten.

PNV staat voor participatie – maar niet per se voor referendum-verplichting bij ieder besluit

Wijs staat voor dialoog, inspraak en betrokkenheid van inwoners bij gemeentelijke plannen. Maar we niet pleiten voor een standaardinstrument zoals een “verplicht raadgevend referendum” voor alle belangrijke besluiten. Wij onderschrijven deze stelling— mits er prudent mee omgegaan wordt en het bijzondere gevallen zijn, Daarbij moet er oog zijn voor draagkracht en praktische haalbaarheid.

Stelling 16: De gemeente moet meer horeca in de dorpscentra toestaan, ook als dat tot geluidsoverlast kan leiden.

PNV is vóór meer horeca — met kansen. PNV benadrukt dat de gemeente een “krachtig economisch vestigingsklimaat” moet zijn waarin ondernemers worden ondersteund. Horecaondernemers horen daar — sociaal en economisch — bij.  In de visie op veiligheid en leefomgeving pleit PNV voor zorgvuldige ruimtelijke ordening met oog voor veiligheid, overzichtelijkheid en sociale controle (via het principe Crime Prevention Through Environmental Design, CPTED). Hieruit blijkt  dat PNV aandacht heeft voor mogelijke negatieve effecten zoals overlast.  PNV vindt leefbaarheid en een prettige woon- en leefomgeving belangrijk — dat betekent dat als horeca kan bijdragen aan levendigheid in dorpscentra (bijvoorbeeld ontmoetingsplek, werkgelegenheid, sociale binding), dat een positief effect kan zijn.

Voorwaarden en balans zijn belangrijk. Op de officiële standpuntenpagina van PNV staan geen concrete uitspraken over “geluidsoverlast” of over ruime horeca-uitbreiding. Horeca wordt niet expliciet genoemd als speerpunt.  Regels rondom vergunningen voor horeca schrijven voor dat bij de aanvraag van een exploitatievergunning rekening gehouden moet worden met de “omgeving” en met “openbare orde en rust” voordat een vergunning wordt verleend (zie website gemeente Pijnacker-Nootdorp). PNV’s grote zorg voor veiligheid en leefbaarheid (CPTED: crime prevention through environmental design: sociale controle, preventie van overlast) betekent dat we kritisch zullen kijken of extra horeca niet leidt tot concrete overlast, vooral geluid, drukte of verstoring van wooncomfort.

 

PNV is voor — onder voorwaarden

PNV staat positief tegenover de stelling dat “de gemeente meer horeca in dorpscentra mag toestaan — ook als dat tot geluidsoverlast kan leiden” mits daarbij voldoende aandacht is voor: goede vergunningverlening en regelgeving (zoals bij exploitatievergunningen en sluitingstijden). Daarnaast voor veiligheid, leefbaarheid en goede ruimtelijke inbedding (uit oogpunt van CPTED en sociale controle). Transparantie en inspraak / participatie van omwonenden — om draagvlak te houden en overlast tot een minimum te beperken. (Dat past bij PNV’s algemene waardes over gemeenschap en betrokkenheid.)

Klakkeloos “alles toestaan”, is niet aan de orde. Eerder kiezen voor een gematigde, afgewogen aanpak waarbij horeca kansen krijgt — mits de negatieve effecten beheersbaar zijn.

Stelling 17: Er mag niet bezuinigd worden op armoede bestrijding, ook als dat betekent dat de lokale belastingen omhoog moeten.

PNV benadrukt dat armoedebestrijding en sociale inclusie belangrijk zijn voor de gemeente. Ze willen dat iedereen kan meedoen, ook kwetsbare groepen zoals minima, ouderen en jongeren. Wij werken vanuit een realistische financiële benadering: PNV let op de balans tussen gemeentelijke uitgaven en draagkracht van inwoners. PNV pleit voor efficiëntie en maatwerk in gemeentelijke begroting en beleid, om te voorkomen dat lasten voor inwoners (zoals OZB) onnodig stijgen. Dit betekent dat bij structurele tekorten kritisch wordt gekeken naar kostenbesparing, maar dat sociale basisvoorzieningen zoveel mogelijk beschermd worden. Wij zullen niet zomaar bezuinigen op armoedebestrijding, want dat raakt kwetsbare groepen en hun kernwaarden. Tegelijkertijd is PNV voorzichtig zijn met automatische belastingverhogingen — we zoeken liever naar slimmere oplossingen, efficiëntie en maatwerk, bijvoorbeeld via subsidies, samenwerking met maatschappelijke partners, of herprioritering van budgetten.

PNV is voor behoud van armoedebestrijding, maar niet per se bereid om belastingen automatisch te verhogen. Armoedebestrijding blijft prioriteit, maar belastingen zijn niet het enige instrument.

Stelling 18: Minimaal 40% van de nieuwbouwwoningen moeten sociale huurwoningen zijn

PNV benadrukt dat de gemeente betaalbare woningen moet bieden voor starters, jongeren, ouderen en mensen met een laag inkomen. Wij pleiten voor een diverse woningvoorraad met mix van koop, middenhuur en sociale huur, zodat iedereen kan blijven wonen in de gemeente. Wij steunen de gedachte dat nieuwbouwprojecten sociaal en leefbaar moeten zijn, en dat sociale huurwoningen onderdeel zijn van een evenwichtige wijkontwikkeling.

PNV noemt niet expliciet een vast percentage zoals 40%. PNV richt zich meer op evenwicht, diversiteit en toegankelijkheid. In de praktijk kunnen er ruimtelijke of financiële beperkingen zijn die een strikt percentage moeilijk maken. PNV zou daarom waarschijnlijk flexibiliteit willen bij het invullen van sociale huurquota, afhankelijk van locatie en haalbaarheid. Het beleid van de gemeente Pijnacker‑Nootdorp stelt ook vaak dat er streefcijfers zijn voor sociale huur, maar dat deze gecombineerd worden met middenhuur en koop om een gemengde wijk te creëren.

PNV ondersteunt sociale huur in nieuwbouw, zeker als onderdeel van een gemengde woonwijk en om betaalbaarheid te waarborgen. Maar we willen niet een absoluut minimum van 40% eisen,

PNV is het eens met het principe dat een substantieel deel van nieuwbouw sociale huur moet zijn, maar we hebben niet  40% als harde eis. Betaalbare woningen is een voorwaardelijke steun voor een evenwichtige verdeling van woningen.

Betaalbaar wonen kan ook zijn betaalbare koopwoningen.

Stelling 19: Het bouwen van koopwoningen heeft meer prioriteit dan het bouwen van sociale huurwoningen

PNV pleit voor “betaalbaar wonen” voor starters, jongeren en ouderen — én voor een mix van huurwoningen én koopwoningen. Ook willen wij dat de gemeente zelf woningen bouwt (“in eigen beheer”), zodat de kosten lager blijven en woningen betaalbaar zijn — wat geldt voor zowel huur als koop. Wij benadrukken dat woningen voor jongeren/starters en betaalbaar wonen essentieel zijn. Volgens de actuele woningbouwplannen in de gemeente: bij nieuwbouwlocaties is het uitgangspunt minimaal 30% sociale huur — en waar mogelijk wordt gestreefd richting 40%. In recente projecten (zoals sociale huurwoningen in “Pijnacker-Zuid” / “Centrumlijn Zuid”) wordt bewust gekozen voor sociaal huur als onderdeel van de woningvoorraad.

PNV geeft niet de voorkeur aan koopwoningen vóór sociale huur te prioriteren als vaste regel. Onze standpunten benadrukken juist: een brede, gemengde woningvoorraad (huur én koop), betaalbaarheid voor lagere en middeninkomens / starters en dat sociale huur een wezenlijk onderdeel moet blijven van nieuwbouwprojecten.

Stelling 20: Er moeten meer woningen worden gebouwd, ook als hiervoor glastuinbouwbedrijven moeten verdwijnen

PNV vindt een gezond economische klimaat belangrijk. Glastuinbouw is een belangrijke economische sector: de glastuinbouw is deel van de identiteit van de gemeente. Het levert werkgelegenheid op en is onderdeel van de regionale economie. We zijn het onder voorwaardelijk eens. Dat wil zeggen dat we vinden dat er meer woningen moeten komen en dat gemeente zelf daarin regie moet nemen. Maar niet overal en niet ten koste van álle glastuinbouw: per gebied zal gekeken moeten worden of woningbouw verantwoord is, en of compensatie of alternatieven mogelijk zijn. We zullen proberen balans te bewaren tussen woningbouw, behoud van glastuinbouw (en de economie), natuur en leefbaarheid. Indien het efficiënter en beter is voor beiden (meer woningen – glastuinbouw), dan ligt het voor de hand om

Stelling 21: In Pijnacker-Nootdorp mag meer hoogbouw komen (8 of meer verdiepingen)

PNV is voorwaardelijk voor hoogbouw — maar niet automatisch voor 8+ verdiepingen overal. Wij zijn niet principieel tegen. Als woningnood, bereikbaarheid en locatie het vragen kan hoogbouw een oplossing zijn. Maar wij zullen hoogbouw enkel steunen op plekken waar het past: goede infrastructuur, openbaar vervoer (station, metro), nabij voorzieningen — denk aan transformatielocaties of binnenstedelijke delen, niet automatisch in alle wijken. Tegelijk geen blind beleid: elke bouw moet in balans met groen, leef kwaliteit, parkeren, sociale woningvoorraad etc. staan.

PNV zal hoogbouw voorwaardelijk accepteren — het is geen standaarddoctrine, maar onder de juiste omstandigheden wél bespreekbaar.

Stelling 22: Bij nieuwbouw moet er geen ruimte komen voor een tweede parkeerplek per woning.

Wij vinden het acceptabel dat nieuwe woningen niet automatisch een tweede parkeerplek krijgen, vooral bij appartementen, sociale huur, of wijken met OV/fiets/deelauto. Maar we zullen niet generaliseren: Bij sociale woningbouw of wijken buiten OV/OV-hub zones is de kans groter dat bewoners een (of meerdere) auto’s hebben, dan kan 1 parkeerplaats per woning niet genoeg zijn, laat staan een 2e plek schrappen, zo ontstaat parkeerdruk.  Belangrijk voor PNV is dat de ruimte en leefbaarheid behouden blijft er moet niet louter autoluw of autogericht worden gebouwd. De woontypen, ligging en mobiliteitscontext moeten het toelaten.” Daarnaast moet het passen binnen CPTED (Crime Prevention Through Environmental Design)

Stelling 23: De bouw van seniorenwoningen heeft voorrang op andere woningbouwprojecten, ook als daardoor minder huizen gebouwd kunnen worden

PNV hecht waarde aan doorstroming binnen de woningvoorraad: senioren kunnen doorstromen naar kleinere woningen, waardoor gezinswoningen vrijkomen voor bijvoorbeeld jongeren of gezinnen. Wij vinden het belangrijk dat senioren goed worden gehuisvest en dat duurzame woonmogelijkheden voor ouderen onderdeel zijn van het woningbouwbeleid. Maar dat betekent niet dat seniorenwoningen altijd vóór andere woningbouw moeten gaan — vooral niet als dat betekent dat de totale bouwproductie daalt of dat andere doelgroepen (starters, gezinnen) tekortkomen. Seniorenwoningen is een van de speerpunten/oplossingen maar daarnaast is een juiste mix van betaalbare huurwoningen voor jongeren en starters, levensloopbestendige woningen voor ouderen en doorstroomprojecten van belang.

Stelling 24: Op kunst en cultuur mag worden bezuinigd

Wij zijn het eens met de stelling dat op kunst en cultuur kan worden bezuinigdIn tijden van krapte moeten de middelen van de gemeente eerst worden ingezet voor de echte basisbehoeften van de inwoners, zoals onderwijs, veiligheid, zorg en betaalbare huisvesting. Cultuur staat hierbij niet op de eerste plaats van noodzakelijke voorzieningen.

Basisbehoeften eerst: Volgens de piramide van Maslow behoren primaire levensbehoeften zoals voedsel, onderdak, gezondheid en veiligheid tot de absolute eerste prioriteit. Kunst en cultuur vallen onder hogere behoeften (zelfontplooiing, recreatie) en zijn daarom in een financieel krappe situatie minder urgent.

Financiële verantwoordelijkheid: Gemeenten hebben een beperkte begroting en moeten prioriteit geven aan essentiële diensten zoals jeugdzorg, onderwijs, sociaal werk, veiligheid en infrastructuur. Het behoud van deze diensten heeft direct effect op de levenskwaliteit en veiligheid van inwoners. Alternatieve financiering: Kunst en cultuur kunnen vaak ondersteund worden door private initiatieven, fondsen, sponsoren of vrijwillige organisaties, waardoor de druk op de gemeentelijke begroting kan worden verminderd zonder dat inwoners volledig verstoken blijven van culturele voorzieningen.

In tijden van bezuinigingen (de ravijnjaren zijn op komst voor gemeentes) is het verantwoord om het budget voor kunst en cultuur te verlagen, zodat de financiële middelen eerst worden ingezet voor de fundamentele behoeften van de inwoners.

Stelling: 25: Elke buurt moet een ontmoetingsplek krijgen, ook als deze volledig betaald moet worden door de gemeente.

PNV hecht waarde aan buurtinitiatieven en sociale cohesie. Het volledig financieren van ontmoetingsplekken voor elke buurt kan een grote financiële druk op de gemeentebegroting leggen. Hierdoor zouden andere essentiële diensten zoals onderwijs, veiligheid of zorg kunnen lijden. Bovendien heeft niet elke buurt evenveel behoefte of capaciteit om een ontmoetingsplek effectief te benutten; sommige plekken zouden onderbenut blijven. Een slimme en efficiënte oplossing is het alternatief gebruik van bestaande gemeentelijke ruimtes. Scholen, sportzalen, wijkcentra en andere openbare gebouwen staan vaak leeg in de avonduren en in weekenden. Deze kunnen tijdelijk of structureel worden opengesteld als ontmoetingsplekken voor bewoners. Door deze bestaande infrastructuur te benutten:

  1. Worden kosten voor nieuwbouw vermeden, waardoor de begroting niet onnodig wordt belast.
  2. Wordt leegstand voorkomen, waardoor gemeentelijke gebouwen beter en efficiënter gebruikt worden.
  3. Blijft de sociale functie van ontmoetingsplekken behouden, zodat buurten toch toegang hebben tot plekken voor bijeenkomsten, activiteiten en sociale verbinding.

Op deze manier kan de gemeente effectief en betaalbaar zorgen voor ontmoetingsplekken, zonder extra gebouwen te hoeven realiseren.

Stelling 26: De gemeente moet zich blijven inzetten om het Sociaal Cultureel Centrum in Pijnacker in 2028 te realiseren, ook als daarvoor de lokale belastingen omhoog moeten

Wij zijn tegen de stelling dat de gemeente zich volledig moet inzetten om het Sociaal Cultureel Centrum in Pijnacker in 2028 te realiseren, als dit leidt tot hogere gemeentelijke belastingen.

In tijden van krapte moeten de middelen van de gemeente eerst worden ingezet voor de echte basisbehoeften van de inwoners, zoals onderwijs, veiligheid, zorg en betaalbare huisvesting. Het Sociaal Cultureel Centrum valt onder hogere behoeften zoals recreatie en zelfontplooiing, en heeft dus niet de hoogste prioriteit in de gemeentelijke begroting.

Door prioriteit te geven aan basisvoorzieningen kan de gemeente ervoor zorgen dat de fundamentele leef kwaliteit en veiligheid van de inwoners niet in gevaar komen. Culturele voorzieningen blijven belangrijk, maar kunnen in deze situatie beter worden gefinancierd via alternatieven zoals subsidies, vrijwilligersinitiatieven of tijdelijke inzet van bestaande gemeentelijke ruimtes, zodat er geen extra lasten voor de burgers ontstaan.

Stelling 27:  De gemeente moet zich inzetten voor de komst van een asielzoekerscentrum

Schaal en leefbaarheid: Een mega grote opvanglocatie kan leiden tot sociale druk op de directe omgeving. Grote concentraties mensen op één plek kunnen uitdagingen met zich meebrengen op het gebied van veiligheid, voorzieningen en sociale cohesie.

Integratie en participatie: Spreiding van opvang over meerdere kleinere locaties bevordert snellere integratie, beter contact met de lokale gemeenschap en betere toegang tot scholen, werk en maatschappelijke voorzieningen. Concentratie op één locatie kan juist isolatie en segregatie in de hand werken.

Veiligheid en leefomgeving: Een grote centrale opvang kan extra druk leggen op infrastructuur, verkeer en lokale diensten. Dit kan ten koste gaan van de leef kwaliteit van omwonenden en de veiligheid in de buurt.

Alternatieven zijn beter: Door opvang kleinschalig en verspreid te organiseren, gecombineerd met begeleiding en ondersteuning, kunnen asielzoekers veilig verblijven en tegelijkertijd beter deelnemen aan de samenleving.

Wij steunen opvang van asielzoekers, maar vinden dat dit niet moet worden geconcentreerd in één grootschalige locatie. Kleinschalige, verspreide oplossingen zijn sociaal, veilig en effectief.

Stelling 28: De gemeente mag strengere eisen stellen aan mensen voordat ze zorg verstrekken aan inwoners.

Wij lezen “strengere regels” als “duidelijke regels” . Strengere eisen, betekent niet minder toegankelijk, strengere eisen, betekent betere afbakening. Vage regels vertragen de zorg. Oplopende zorgkosten: De kosten van zorg nemen jaarlijks toe. Door strengere (lees duidelijk) criteria te hanteren, kan de gemeente voorkomen dat het beschikbare budget onevenredig belast wordt en blijft er voldoende middelen over voor inwoners die zorg het hardst nodig hebben.

Toenemende vergrijzing: Pijnacker-Nootdorp, net als de rest van Nederland, kent een groeiend aantal ouderen. Dit leidt tot een toename van de vraag naar zorg. Strengere eisen (duidelijke regels) helpen om de zorgvraag structureel beheersbaar te houden en overbelasting van zorgsystemen te voorkomen.

Zelfredzaamheid en preventie: Niet elke inwoner heeft intensieve zorg nodig. Door voorwaarden te stellen stimuleert de gemeente zelfredzaamheid, het gebruik van preventieve maatregelen en het inschakelen van mantelzorg of vrijwilligers, waardoor mensen langer zelfstandig kunnen blijven wonen.

Efficiënt gebruik van middelen: Strengere eisen (duidelijke regels) zorgen ervoor dat zorgmiddelen gericht worden ingezet, zodat inwoners die echt afhankelijk zijn van ondersteuning, deze ook krijgen. Zo blijft de zorg duurzaam en toegankelijk voor iedereen die het nodig heeft.

Gezien de stijgende zorgkosten en de toenemende vergrijzing is het noodzakelijk om zorgmiddelen doelgericht in te zetten. Door duidelijke en heldere voorwaarden te stellen, kan sneller worden bepaald wie welke zorg nodig heeft. Zo krijgen inwoners die écht afhankelijk zijn van ondersteuning sneller toegang tot passende zorg, terwijl lichte hulpvragen via preventie, zelfredzaamheid en lokale ondersteuning worden opgepakt. Dit maakt de zorg toegankelijk, efficiënt en duurzaam.

Stelling 29: De gemeente moet zorgen voor meer ruimte voor de fiets, ook als dat ten koste gaat van het autoverkeer

Wij investeren liever in veilige rotondes, eenrichtingsverkeer voor fietsers en betere fietspaden, zoals bij de Sportlaan, in plaats van voor meer ruimte voor de fietser.